Focus op wat goed gaat

 

1. Moedig aan

Kinderen hebben tijdens een wedstrijd behoefte aan één coach en heel veel supporters. Tijdens een wedstrijd hebben ouders en trainers allebei een belangrijke rol, maar die rol is niet hetzelfde. De trainer coacht het team en geeft aanwijzingen. Ouders zorgen voor een positieve sfeer door kinderen aan te moedigen en vertrouwen uit te stralen.

 

Aanmoedigen betekent dat kinderen voelen dat hun ouder achter hen staat, ongeacht de stand of het verloop van de wedstrijd. Dat helpt kinderen om met meer plezier en zelfvertrouwen te voetballen en zich te blijven ontwikkelen.

 

 

 

Tijdens de wedstrijd

  • Klap voor een mooie actie.

  • Juich bij een doelpunt.

  • Moedig het team aan met positieve woorden.

  • Laat de coaching over aan de trainer.

Voor en na de wedstrijd

  • Stimuleer sportief gedrag richting tegenstander en scheidsrechter.

  • Wens kinderen veel plezier.

  • Laat merken dat inzet belangrijker is dan de uitslag.

Wat kun jij meegeven aan ouders?

 

Gebruik onderstaande tips tijdens een ouderavond, deel ze via de nieuwsbrief of bespreek ze regelmatig met ouders.

1

Vraag wat je kind leuk vond en wat het heeft geleerd, niet alleen of er gewonnen is.

Praat vooral over plezier en ontwikkeling

2

Kinderen leren door te proberen. Reageer bijvoorbeeld met: “Mooi dat je het probeerde. De volgende keer lukt het misschien wel.”

Laat merken dat fouten maken erbij hoort

3

Vertel niet alleen wat beter kan, maar geef vooral aandacht aan wat al goed lukt. Bijvoorbeeld: “Ik zag dat je steeds bleef vrijlopen. Daardoor was je goed aanspeelbaar.”

Benadruk wat goed ging

4

Benoem kwaliteiten die je ziet, zoals doorzettingsvermogen, overzicht of samenwerken. Dat vergroot het zelfvertrouwen en het plezier.

Stimuleer de sterke punten van je kind

5

Stel vragen in plaats van direct oplossingen te geven. Denk aan vragen als: “Wat zou je de volgende keer anders doen?” of “Wat vond je zelf goed gaan?”

Laat je kind zelf nadenken

6

Bijvoorbeeld: “Waar ben je vandaag trots op?” of “Wat heb je geleerd?”

Vraag door na een wedstrijd

7

Bevestig wat je ziet. Bijvoorbeeld: “Je bleef vandaag rustig aan de bal.” of “Ik vond dat je goed bleef doorzetten, ook toen het even tegenzat.”

Help je kind zijn of haar kwaliteiten te ontdekken

8

Luisteren is vaak waardevoller dan adviseren. Soms helpt een vraag als “Hoe vond jij dat het ging?” meer dan meteen vertellen wat beter kon.

Toon respect en oprechte interesse

9

Kinderen nemen vaak gedrag over. Blijf daarom positief richting spelers, trainers, scheidsrechters en andere ouders.

Geef zelf het goede voorbeeld

10

Spreek gedrag aan, maar zorg dat het bijdraagt aan de ontwikkeling van je kind. Bijvoorbeeld: “Ik zag dat je de bal wegtrapte toen de spelbegeleider een vrije trap tegen gaf. Dat was niet sportief. Waarom deed je dat?”

Corrigeer met een doel

Gebruik deze tips als basis voor het gesprek met ouders aan het begin van het seizoen. Kies een paar tips die passen bij jouw vereniging en laat ze gedurende het seizoen regelmatig terugkomen in je communicatie.

Aan de slag binnen jouw vereniging

 

Gebruik deze tips als basis voor het gesprek met ouders aan het begin van het seizoen. Kies een paar tips die passen bij jouw vereniging en laat ze gedurende het seizoen regelmatig terugkomen in je communicatie.

Aan de slag binnen jouw vereniging

 

1

Vraag wat je kind leuk vond en wat het heeft geleerd, niet alleen of er gewonnen is.

Praat vooral over plezier en ontwikkeling

2

Kinderen leren door te proberen. Reageer bijvoorbeeld met: “Mooi dat je het probeerde. De volgende keer lukt het misschien wel.”

Laat merken dat fouten maken erbij hoort

3

Vertel niet alleen wat beter kan, maar geef vooral aandacht aan wat al goed lukt. Bijvoorbeeld: “Ik zag dat je steeds bleef vrijlopen. Daardoor was je goed aanspeelbaar.”

Benadruk wat goed ging

4

Benoem kwaliteiten die je ziet, zoals doorzettingsvermogen, overzicht of samenwerken. Dat vergroot het zelfvertrouwen en het plezier.

Stimuleer de sterke punten van je kind

5

Stel vragen in plaats van direct oplossingen te geven. Denk aan vragen als: “Wat zou je de volgende keer anders doen?” of “Wat vond je zelf goed gaan?”

Laat je kind zelf nadenken

6

Bijvoorbeeld: “Waar ben je vandaag trots op?” of “Wat heb je geleerd?”

Vraag door na een wedstrijd

7

Bevestig wat je ziet. Bijvoorbeeld: “Je bleef vandaag rustig aan de bal.” of “Ik vond dat je goed bleef doorzetten, ook toen het even tegenzat.”

Help je kind zijn of haar kwaliteiten te ontdekken

8

Luisteren is vaak waardevoller dan adviseren. Soms helpt een vraag als “Hoe vond jij dat het ging?” meer dan meteen vertellen wat beter kon.

Toon respect en oprechte interesse

9

Kinderen nemen vaak gedrag over. Blijf daarom positief richting spelers, trainers, scheidsrechters en andere ouders.

Geef zelf het goede voorbeeld

10

Spreek gedrag aan, maar zorg dat het bijdraagt aan de ontwikkeling van je kind. Bijvoorbeeld: “Ik zag dat je de bal wegtrapte toen de spelbegeleider een vrije trap tegen gaf. Dat was niet sportief. Waarom deed je dat?”

Corrigeer met een doel

Wat kun jij meegeven aan ouders?

 

Gebruik onderstaande tips tijdens een ouderavond, deel ze via de nieuwsbrief of bespreek ze regelmatig met ouders.

Voor en na de wedstrijd

  • Stimuleer sportief gedrag richting tegenstander en scheidsrechter.

  • Wens kinderen veel plezier.

  • Laat merken dat inzet belangrijker is dan de uitslag.

Tijdens de wedstrijd

  • Klap voor een mooie actie.

  • Juich bij een doelpunt.

  • Moedig het team aan met positieve woorden.

  • Laat de coaching over aan de trainer.

Kinderen hebben tijdens een wedstrijd behoefte aan één coach en heel veel supporters. Tijdens een wedstrijd hebben ouders en trainers allebei een belangrijke rol, maar die rol is niet hetzelfde. De trainer coacht het team en geeft aanwijzingen. Ouders zorgen voor een positieve sfeer door kinderen aan te moedigen en vertrouwen uit te stralen.

 

Aanmoedigen betekent dat kinderen voelen dat hun ouder achter hen staat, ongeacht de stand of het verloop van de wedstrijd. Dat helpt kinderen om met meer plezier en zelfvertrouwen te voetballen en zich te blijven ontwikkelen.

 

 

 

Focus op wat goed gaat

 

1. Moedig aan